Sponsoren

 

 

 

 

 

 

Stedebouwkundige ontwikkelingen

De ontmanteling van de vestingwallen van de stad Groningen, die na het aannemen van de Vestingswet in 1874 werd begonnen, gaf de stad de ruimte zich op een georganiseerde wijze buiten de bebouwde kom te ontwikkelen. In de periode tot 1900 werd de invulling van de gebieden buiten de bebouwde kom echter nog zoveel mogelijk aan het initiatief van particulieren overgelaten. Het bouwbeleid van het rijk was in die tijd geënt op het stimuleren van de ondernemerslust. Ook de moeilijkheid van grondonteigening, dat gepaard ging met stadsuitbreiding, weerhield de gemeente er lange tijd van stappen te ondernemen. Het gevolg was dat, met name rond de verkeersknooppunten, een ongeorganiseerde concentratie van bebouwing ontstond. Deze willekeurige wijze stond een overzichtelijke en open uitbreiding van de stad in de weg. Het inwoneraantal van de stad Groningen groeide in deze periode tot meer dan 10.000 en maakte de woningnood steeds nijpender. De situatie deed afbreuk aan het uiterlijk van de stad en werd een steeds groter probleem. Langzamerhand ging de gemeente haar greep op de woningtoestand vergroten en werden de eisen ten aanzien van straataanleg en gasleidingaanleg verscherpt. De straten dienden 15 meter breed te zijn en de gasaanleg werd volledig op de ondernemers verhaald. Wat er ontbrak was een duidelijke richtlijn ten aanzien van de bebouwing. Voor 1900 hebben verschillende deskundigen plannen voor stadsuitleg op tafel gelegd. Zo hebben ingenieur J.G. van Niftrik, bekend van zijn plannen voor Amsterdam, en de architect P.M.A. Huurman ontwerpen voorgesteld voor een stadswijk ten oosten van de bebouwde kom. Deze plannen hadden slechts na zeer ingrijpende wijzigingen gerealiseerd kunnen worden aangezien in deze periode werd besloten tot de oprichting van een Academisch, Provinciaal en Gemeentelijk Ziekenhuis aan deze zijde van de oude vestingwallen. Dit besluit heeft een duidelijk stempel op de stadsuitbreiding aan de oostzijde en op de aanleg van waterwegen in dit gebied gedrukt.

Met de komst van J.A. Mulock Houwer, die in 1900 tot directeur van Gemeentewerken werd benoemd, kwam het vraagstuk van de stadsuitbreiding weer in handen van deze afdeling. In 1906 werd het eerste Plan van Uitleg voor de stad Groningen door de gemeenteraad vastgesteld en werd het ontwerp de eerste stap naar een gereguleerde stadsuitbreiding. Het plan concentreerde zich met name op de invulling van de gebieden door middel van straten en waterwegen en is later herhaaldelijk door Mulock Houwer gewijzigd, verfijnd en aangevuld. Het ontwerp voor het Bernoulliplein kwam op het eerste ontwerp van 1906 nog niet voor. Het gebied was toen nog bestemd voor het Noordersportterrein (ook voor volksfeesten, markten en als speelterrein bestemd). Het vierkante en stedebouwkundig ruim opgezette ontwerp van het Bernoulliplein, zoals we dat nu kennen, is een van de wijzigingen op het oorspronkelijke plan geweest die Mulock Houwer in 1921 presenteerde. In 1924 besluit de gemeente dit gebied te bestemmen voor woningbouw en stratenaanleg. Tot 1925, toen de eerste stappen voor de huidige bebouwing van het Bernoulliplein werden gezet, wordt het terrein op verschillende manieren op tekeningen ingevuld. Wat duidelijk naar voren komt is de keuze voor een ruime opzet van het plein en de toekomstige bebouwing en de aandacht voor openbaar groen. Open ruimte om te bewegen, te spelen en te sporten was een belangrijk thema voor Mulock Houwer en een middel om een gezonde stad te realiseren. Het Bernoulliplein moest die open ruimte in de Korrewegwijk tot stand te brengen. Ondanks dat de uitbreidingsplannen onderhevig waren aan veranderingen en aanpassingen werd al wel begonnen met de invulling van de woningbouw.

De gemeente Groningen beoordeelde de inschrijvingen voor de te bouwen school o.a. op bouwsnelheid. De architecten J.G.Wiebenga en L.C. v.d. Vlugt kregen de opdracht en de school werd in 13 maanden gebouwd. De school werd gebouwd volgens een nieuwe bouwtechniek die was ontwikkeld in Amerika. Kenmerk was het op grote schaal gebruiken van beton in combinatie met staal. Het werd het Nieuwe Bouwen genoemd. Voordeel was onder andere dat er door standaardisering van bouwmaterialen erg snel gebouwd kon worden. Zeker voor die tijd want er werd nog traditioneel gebouwd met baksteen. De nieuwe, vooruitstrevende bouwstijl, werd niet door een ieder gewaardeerd en menigeen vond het foeilelijk.
Voor de school lagen een sportterrein en renbaan en toen deze accommodatie verhuisde naar het Stadspark kon de gemeente deze gronden gaan bebouwen. Er werd besloten om er een woningbouwcomplex te bouwen , naar het schijnt om door deze bebouwing op het Bernoulliplein de door menigeen als lelijk beschouwde school aan het oog worden te onttrekken. Als eerste werd in 1925 een blok huizen aan de Korreweg gebouwd en een gedeelte van de westkant van het plein ( nr. 1/1a, 2, 3, ) In 1927 werd begonnen met het andere blok aan de Korreweg en een gedeelte van de oostkant (38, 37/37a,) In 1928 werden de nummers 4 t/m 36 gebouwd. De firma H. Koster had de architect J.A.Boer aangetrokken voor het ontwerp van de woningen en werden gebouwd in de stijl van de Amsterdamse school met elementen van de Nieuwe Zakelijkheid.
De oostwand (het laatste gedeelte) werd op 21 november 1928 opgeleverd.

 

Bron: o.m. Bouwhistorisch onderzoek Bernoulliplus door Bureau Skets.